Het NIP onderstreept ruimte voor verbetering bij contractering in de GGZ

Zorgverzekeraars en zorgaanbieders maken in de contracten bijna geen concrete afspraken over inhoudelijke onderwerpen als passende zorg, het verkorten van wachttijden en het organiseren van de zorg over de schotten heen. Dat constateert de Nederlandse Zorgautoriteit in de monitor contractering geestelijke gezondheidszorg 2021.

In het hoofdlijnenakkoord is afgesproken dat dergelijke afspraken moeten worden vastgelegd in de contracten. Zorgverzekeraars en grotere instellingen geven aan dat ze deze afspraken wel maken, maar dat ze dit vastleggen in een gespreksnotitie in het dossier of in een convenant.

Men vindt het contract vaak toch niet het juiste middel. Het NIP heeft daarom met de NZa meegedacht met de opzet van de monitor en ook haar leden opgeroepen de vragenlijst in te vullen om een goede beeld te krijgen van de actuele stand van zaken.

 

Borging goed contracteerproces en relatiemanagement voor vrijgevestigden van belang

Vrijgevestigde zorgaanbieders geven aan dat ze door beperkingen van digitale standaardcontracten geen gedetailleerde afspraken kunnen maken. Zij vinden wel dat het leveren van passende zorg, met het opnemen van het Kwaliteitsstatuut GGZ in de digitale standaardcontracten, zo goed mogelijk geborgd is. Ook voor de kleinere instellingen die zijn aangewezen op digitaal contracteren geldt dat geen nadere inhoudelijke afspraken kunnen worden gemaakt. Er heerst onvrede bij deze groep over het zogenoemde

Een goed contracteerproces is volgens de NZa een van de weinige mogelijkheden om deze onvrede wat te verminderen. Daarbij hoort ook een goede helpdesk om de zorgaanbieders deskundig en binnen duidelijke termijnen antwoord te geven op hun vragen. Op dat gebied zijn zeker nog verbeteringen mogelijk. Kristel Szakály-Starke, bestuurslid van de sectie GGZ van het NIP, herkent de uitkomsten van de monitor.

“Ik pleit ervoor dat zorgverzekeraars het contracteerproces nog verder uniformeren. Daarbij vind ik het passend en wenselijk dat er een hogere vergoeding voor deelname aan keurmerken of visitatietrajecten van beroepsverenigingen zoals het NIP gehanteerd wordt.”

Regionale samenwerking en organisatie vrijgevestigden wenselijk

Een aantal – vrijwel uitsluitend vrijgevestigde – zorgaanbieders geeft ook dit jaar weer aan dat zij om principiële redenen niet contracteren. Zij geven daarbij bijvoorbeeld aan dat zij niet willen dat de verzekeraar op de stoel van de behandelaar gaat zitten. Een ander deel wil geen contract afsluiten omdat zij het niet eens zijn over de voorwaarden. Uit de interviews blijkt dat het bijna altijd gaat over omzetplafonds en tarieven.

De groep zorgaanbieders die aangeeft het gevoel te hebben bij het kruisje te moeten tekenen wordt door de NZa geadviseerd zich vooral in de regio te organiseren – binnen de regels van de mededingingswetgeving – om op die manier wel een gesprekspartner voor de zorgverzekeraars te blijven. Kristel Szakály-Starke zegt hierover:

“Met name het gevoel van moeten tekenen bij het kruisje bemoeilijkt voor vrijgevestigden het maken van afspraken over passende zorg en innovaties.”

Meer informatie?