600 miljoen extra naar Jeugdzorg

Het ministerie van VWS heeft bekend gemaakt dat er incidenteel ruim 600 miljoen beschikbaar komt om een aantal urgente problemen in de jeugdhulp aan te pakken, die deels veroorzaakt zijn door corona. 

Het geld is vooral bedoeld om de crisis-capaciteit in de jeugd-ggz uit te breiden en de wachtlijsten aan te pakken. Het NIP is positief over de extra impuls voor dit moment, maar denkt ook dat er structurele veranderingen nodig zijn. De plannen daarvoor worden doorgeschoven naar een volgend kabinet.

 

Incidentele middelen

Op 22 april stuurde staatssecretaris Blokhuis een brief (rijksoverheid.nl) aan de Tweede Kamer over de incidentele middelen. Het geld is onder meer bedoeld de ambulante en klinische crisiscapaciteit jeugd-ggz tijdelijk uit te breiden en de wachttijden voor specialistische hulp aan te pakken. De NVvP, de Nederlandse ggz en MIND hebben daar de afgelopen maanden bij het ministerie sterk op aangedrongen.

Ook zal er geïnvesteerd worden in de consultatiefunctie en het aantal POH’s.

 

Naar een toekomstbestendig jeugdstelsel

Los van het besluit over de incidentele middelen moet gewerkt worden aan structurele verbeteringen in het Jeugdstelsel. Daarbij zijn fundamentele keuzes nodig, bijvoorbeeld over de reikwijdte van de Jeugdwet en de beleidsvrijheid en rol van gemeenten in de uitvoering.

Een stuurgroep van Rijk en gemeenten, onder voorzitterschap van Marjanne Sint, heeft een reeks oplossingen in kaart gebracht. Het rapport Maatregelen financiële beheersbaarheid Jeugdwet daarover is inmiddels aangeboden aan de Tweede Kamer.

De samenwerkende beroepsverenigingen binnen het programma Zorg voor de Jeugd, waaronder het NIP, bereiden een reactie voor op dit rapport. Definitieve besluitvorming over de plannen is aan een volgend kabinet.

 

Lees meer op rijksoverheid.nl