Uitspraak van de maand - mei 2020

In deze uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Amsterdam worden de NIP Beroepscode en de Algemene Standaard Testgebruik NIP genoemd als richtlijnen en gedragsregels waaraan rapportage door psychologen moet voldoen.

Verweerster, die als ZZP-er en GZ-psycholoog al 10 jaar rapportages opstelde, bleek deze regels niet te kennen.

Verweerster stelde een advies op dat aan alle kanten ernstige tekortkomingen vertoonde in verband met een bij de rechtbank aanhangig verzoek tot verlenging ots en uithuisplaatsing van een kind. Hoewel verweerster zich al had uitgeschreven uit het BIG-register achtte de tuchtrechter haar handelen zo ernstig dat verweerster een voorwaardelijke schorsing met bijscholing, leertherapie en proeftijd kreeg opgelegd.

De tuchtrechter komt in deze uitspraak tot een streng oordeel, terwijl aan het College bekend was dat verweerster (naar eigen zeggen) haar praktijk heeft neergelegd en met pensioen is gegaan. Voor zover de GZ-psycholoog zich opnieuw zou laten inschrijven in het BIG- register zal de proeftijd op dat moment van kracht worden. Waarom neemt de tuchtrechter dit zo hoog op?

Bij het opleggen van deze zware maatregel speelt niet alleen een rol dat de GZ-psycholoog niet op de hoogte was van de kwaliteitseisen die aan rapportages worden gesteld, maar bleek ook dat verweerster volgens het College geen tekenen van zelfreflectie heeft getoond. Het College vindt dit in deze zaak bijzonder zorgelijk omdat bij het opstellen van dit soort rapportages de belangen van zeer kwetsbare kinderen in het geding zijn.

Deze uitspraak maakt weer eens duidelijk dat psychologen bij hun onderzoekwerkzaamheden ondersteund kunnen worden door kennis te hebben van de kwaliteitseisen die sinds jaar en dag volgens vaste tuchtrechtspraak aan rapportages worden gesteld, ook in complexe gezinssituaties (zie overweging 5.4).

Ook het College van Toezicht van het NIP toetst steevast aan deze criteria die op vergelijkbare wijze zijn vastgelegd in artikel 97 van de Beroepscode (‘Rapportage beperken tot noodzakelijke gegevens’). Dit artikel geldt voor alle psychologen ongeacht hun werkterrein. Doel is dat de psycholoog altijd duidelijk kan maken hoe deze tot diens conclusies heeft kunnen komen. Niet meer, maar ook zeker niet minder!

Roept deze uitspraak vragen bij u op? Neem contact op met het spreekuur ethiek