Oproep voor jeugdprofessionals: denk mee met ‘Geweld hoort nergens thuis’

Het NIP is vertegenwoordigd in het kernteam van het programma Geweld hoort nergens thuis (GHNT). GHNT boekt mooie resultaten met landelijke, regionale en lokale initiatieven en brengt synergie aan in de aanpak om huiselijk geweld en kindermishandeling terug te dringen en duurzaam op te lossen. Dit resultaat wordt behaald door aan te sluiten bij de dagelijkse praktijk van meer dan één miljoen professionals uit het sociale en veiligheidsdomein, hun organisaties, de gemeenten en meerdere departementen om hen te faciliteren in multidisciplinair en systeemgericht samenwerken. Er zijn weloverwogen keuzes gemaakt om te investeren in specifieke groepen, waaronder kinderen in kwetsbare gezinnen, die verhoogd risico lopen op (de gevolgen van) kindermishandeling.

Een doelgroep die vaak tussen wal en schip lijkt te vallen, zijn de jongste kinderen en hun gezinnen. Deze jonge kinderen kunnen zelf geen melding doen van geweld, niet bellen met de kindertelefoon of naar de buren stappen. De ouders zijn niet snel geneigd om bij oplopende spanningen, stress in de partnerrelatie of overbelasting door de intensieve zorg van hun pasgeboren of jonge kind passende hulp te zoeken. Ouders zijn in deze situatie meestal in overlevingsstand en dit wordt beperkt opgemerkt door de professionals om hen heen. Het is namelijk moeilijk om in een consult van 10 minuten bij de huisarts of het consultatiebureau de veiligheid en vertrouwdheid te creëren waarin er ruimte is voor de stressbeleving van ouders. Als er al zicht op komt, dan is het vaak alleen bij de kinderen die regulatieproblemen ontwikkelen en excessief gaan huilen, last krijgen van driftbuien, slaapproblemen of problemen met eten en zindelijkheid. De stille kinderen, die zich terugtrekken, aanpassen, of onvoldoende tot ontwikkeling worden uitgedaagd, komen mogelijk pas boven water als zij de peuterspeelzaalleeftijd of de kleuterleeftijd bereiken.

Ondanks de stevige inzet van het programma GHNT blijven de zorgen om de problemen van het jonge kind en hun gezinnen groot, met name omdat de gevolgen groot zijn, zeker als we teveel jaren verliezen omdat we te laat de noodzakelijk hulp bieden om het geweld in ene gezin te stoppen en het risico structureel te verminderen.

In een kort rondje onder professionals die werken in het veld met jonge kinderen een greep van de uitdagingen waar zij tegenaan lopen:

  • Onduidelijkheid wie regie neemt/mandaat krijgt, bij heel jonge kinderen: GGD, kinderarts, GGZ, wijkcoach? Daardoor wordt veel kostbare tijd verloren.
  • Wisselende kennis over jonge kinderen en de ouder-kind relatie in de wijkteams/sociale teams/ouderkindteams
    te laat starten van hulp voor zorgen of problemen, die vaak gedurende de zwangerschap al bekend zijn.
  • Beperkte afstemming en verschil in visie op de juiste hulp voor het jonge kind en het gezin.
  • Het onderscheid tussen zorg voor volwassenen en zorg voor kinderen. Door in twee hokjes zorg te vragen is er te weinig afstemming. Door verschil in financiering en wachttijd.

Specifiek in deze tijd, na de intensieve thuisperiode door vorona voor veel gezinnen en de terugkeer naar de peuterspeelzaal, kleutergroepen, het kinderdagverblijf, geeft de kans, maar ook de noodzaak, om gericht een luisterend oor te bieden en tijdig passende hulp te bieden aan de gezinnen met hun jonge kinderen. Het sociale netwerk is voor velen nu geminimaliseerd, bijslapen omdat de kleine een weekendje naar oma kan, is er niet meer bij. Bieden we tijdig en goede hulp aan deze gezinnen, om de kans op geweld te minimaliseren?

Vandaar de volgende oproep aan landelijk professionals die werken in het veld van jonge kinderen:
Wij horen heel graag van jou! Wat zijn de uitdagingen waar landelijk professionals die werken in het veld van jonge kinderen tegen aan lopen? Uitdagingen waardoor zij onvoldoende tijdig de noodzakelijke hulp kunnen bieden, waardoor het risico op overbelasting en stress in gezinnen met jonge kinderen en daarmee het risico op meer problemen en zelfs geweld toe kan nemen. Ook horen we graag good practices: goede voorbeelden van samenwerkingen, pilots, initiatieven, die al gaande zijn met en zonder subsidie in welke vorm dan ook.