Verbeteringen in de jeugd-ggz 

Minister de Jonge stuurde deze week een brief naar de Tweede Kamer met een reactie op het rapport ‘De jeugd-ggz na de Jeugdwet: Een onderzoek naar knelpunten en kansen‘.

Het NIP reageerde begin september al op dat rapport (NIP reactie op jeugd-ggz onderzoek – 5 september 2019) en leverde input tijdens diverse bijeenkomsten. Het NIP is blij met de opgaven die de minister in zijn brief benoemt om de jeugd-ggz te versterken:

 

– Voldoende jeugd-ggz expertise beschikbaar in de toegang

Dit sluit aan bij het pleidooi van het NIP om voldoende (ontwikkelings-)psychologische kennis in te zetten bij de toegang. De minister gaat onderzoeken op welke wijze dat het best vorm gegeven kan worden en zal daarbij ook kijken naar de inzet van de POH-ggz Jeugd.

 

– Inrichting van regionale expertise centra specialistische jeugdhulp

Deze centra, gestart wordt met 2 pilots, krijgen een consultatiefunctie, bieden specialistische ambulante hulp en moeten een kennisfunctie gaan vervullen en het ‘actieleren’ versterken. Voor dit doel is in 2020 11,5 miljoen beschikbaar en structureel is hiervoor 26 miljoen gereserveerd.

Kern is de aandacht voor comorbiditeit, die vaak speelt als er sprake is van complexe problematiek bij kinderen. De expertisecentra zullen zich daarom richten op meerdere specialismen en het bieden van integrale vormen van jeugdhulp en samenwerking over de domeinen heen zoals somatische zorg en GGZ. Aan de verbetering van de gehele keten moet worden bijgedragen. Ook daarvoor pleitten het NIP e.a.

 

– Verbeteren ketenaanpak eetstoornissen

Bij de brief is een voorstel en advies voor een landelijke ketenaanpak eetstoornissen (K-EET) met een routekaart, gevoegd. De doelen zijn uitgewerkt in diverse bouwstenen voor de komende drie jaar en langere termijn (tien jaar).

Het NIP en de NIP- leden zijn bij de verdere uitwerking van bovenstaande plannen betrokken. Zo zullen we samen met de andere beroepsgroepen in het kader van het Actieprogramma Zorg voor de Jeugd inbreng leveren op de borging van de basisfuncties voor de lokale teams. Dat rapport stuurde de minister als bijlage bij de derde voortgangsrapportage van het actieprogramma Zorg voor de Jeugd.