Uitspraak van de maand - oktober 2019

Klaagster verwijt de psycholoog in deze klachtzaak dat hij als regiebehandelaar niet is ingegaan op haar verzoek om een andere hulpverlener. Klaagster vroeg om een andere hulpverlener omdat deze volgens haar ging trouwen met haar ex, hetgeen achteraf onjuist bleek.

Ook klaagt zij over de gestelde diagnose, het qua toonzetting venijnige behandeldossier en het beëindigen van de hulpverlening.

Het College is onder meer van oordeel dat de psycholoog samen met de medebehandelaar op zorgvuldige wijze de professionele relatie in overleg met deze cliënte met ingewikkelde problematiek heeft afgerond en terug heeft kunnen verwijzen naar de huisarts. Zie hierover de richtlijnen in de artikelen 39 en 40 van de NIP-Beroepscode.

Al met al werd de klacht in alle onderdelen ongegrond verklaard.

 

Over het College van Toezicht en het College van Beroep

Het NIP kent twee onafhankelijke verenigingstuchtrechtelijke instanties: het College van Toezicht en het College van Beroep. Bij het College van Toezicht kan een klacht worden ingediend over leden en buitengewone leden van het NIP. Maar ook over diegenen die zijn ingeschreven in een van de NIP-registers, maar geen lid zijn van het NIP. Tegen een uitspraak van het College van Toezicht kan beroep worden ingesteld bij het College van Beroep.