Aanpassing Woonplaatsbeginsel uitgesteld

De invoering van de wettelijke aanpassing van het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet wordt uitgesteld tot 1 januari 2021. Tot die datum blijft de huidige regeling van kracht.

Veel NIP leden werkend in het Jeugddomein hebben ermee te maken: Het woonplaatsbeginsel. Dit beginsel in de Jeugdwet regelt welke gemeente financieel verantwoordelijk is voor de jeugdhulp.

Het huidige woonplaatsbeginsel is echter onduidelijk en het leidt tot veel administratieve lasten. Het is voor zowel jeugdhulpverleners als voor gemeenten vaak moeilijk en omslachtig om uit te zoeken welke gemeente verantwoordelijk is. Daarom wordt nu gewerkt aan een nieuwe definitie en gaat het woonplaatsbeginsel wettelijk veranderen. Vanuit het NIP hebben wij hiervoor input aangeleverd.

 

Invoering uitgesteld tot 1 januari 2021

Voor de nieuwe definitie van het woonplaatsbeginsel moet de wet worden gewijzigd, het financieel verdeelmodel worden aangepast en een zorgvuldige implementatie worden georganiseerd. Dit wettelijke traject (vng.nl) zou eind 2019 worden afgerond om per 1 januari 2020 te worden ingevoerd.

Echter, gezien de fases waarin de drie trajecten zich bevinden, is in het bestuurlijk overleg tussen het ministerie van VWS en de VNG op 24 januari jl.besloten om de ingangsdatum van het nieuwe woonplaatsbeginsel uit te stellen tot 1 januari 2021. De wet zal op zijn vroegst eind 2019 gereed zijn waardoor implementatie per 1 januari 2020 niet haalbaar is.

 

Zorgvuldigheid voorop

De implementatie van het nieuwe woonplaatsbeginsel vraagt veel inspanning van gemeenten en jeugdhulpaanbieders. Zij moeten weten welke jeugdigen een andere verantwoordelijke gemeente krijgen als gevolg van de nieuwe definitie en ook moeten ze hun administratieve processen aanpassen. Het is belangrijk dat dit zorgvuldig plaatsvindt. 

Tot de ingangsdatum van het nieuwe woonplaatsbeginsel blijft de regeling van kracht zoals die door de 42 jeugdregio’s zélf via een convenant  is afgesproken, gericht op vermindering van de grootste administratieve problemen. 

Ook is besloten de compensatieregeling voor voogdij en 18+ nog een jaar te verlengen.

 

Voortgang proces

Het wetsvoorstel wordt in februari 2019 in de Ministerraad behandeld en gaat daarna voor advies naar de Raad van State. De verwachting is dat behandeling in de Tweede en Eerste Kamer op zijn vroegst eind 2019 gereed kan zijn.

 

Gevolgen voor budgetten

Een gevolg van de aanpassing van het woonplaatsbeginsel is ook dat het budget voor voogdij en 18+ objectief verdeeld kan worden. Hierover moeten gemeenten uiterlijk in de meicirculaire voorafgaand aan de invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel geïnformeerd worden. Naar verwachting is behandeling in de Tweede en Eerste Kamer op zijn vroegst eind 2019 gereed. Daarom kan het budget nog niet worden meegenomen in de meicirculaire 2019.

 

Voogdij en 18+

In financiële zin betekent dit dat ook in 2020 het budget voor voogdij en 18+ nog gebaseerd wordt op historisch zorggebruik (T-2). De compensatieregeling voogdij en 18+ is eveneens met een jaar verlengd. Deze regeling wordt begin juni 2019 opgesteld na de publicatie van de meicirculaire 2019. Afgesproken is om, net als in eerdere jaren, € 20 miljoen voor de compensatieregeling te reserveren.

 

Verandering

In het nieuwe woonplaatsbeginsel hoeft voor het bepalen van de verantwoordelijke gemeente het gezag niet meer te worden uitgezocht en wordt voor de woonplaats aangesloten bij de Basisregistratie Personen (BRP).

In de nieuwe definitie van het woonplaatsbeginsel zijn twee uitgangspunten:

  1. Voor ambulante jeugdhulp is verantwoordelijk: de gemeente waar de jeugdige zijn woonadres heeft volgens de Basisregistratie Personen (de BRP). Deze definitie is duidelijker en eenvoudiger.
  2. Bij jeugdhulp met verblijf is verantwoordelijk: de gemeente waar de jeugdige onmiddellijk voorafgaand aan zijn (eerste) verblijf zijn woonadres in de zin van de Wet basisregistratie personen had. De gemeente waar de jeugdige vandaan komt, blijft dus (financieel) verantwoordelijk voor de jeugdige.

Bron: VNG 30 januari 2019