Psychische problematiek zorgt voor grootste ziektelast in Nederland

Iedere euro die de maatschappij investeert in de behandeling van psychische klachten levert er twee op. Een conclusie die niet alleen door psychologen maar ook economen wordt onderschreven. Naast deze economische voordelen staat uiteraard ook de enorme persoonlijke gezondheidswinst die psychologische behandeling heeft op de het welbevinden van cliënten en hun naasten. Onlangs bood P3NL hierover het manifest over therapiewinst van de ggz aan staatssecretaris Blokhuis aan.

 

Grote maatschappelijke ziektelast GGZ

Bijna de helft van de Nederlanders krijgt tijdens hun leven wel eens te maken met psychische stoornissen die zorgen voor een ernstige lijdensdruk en het normaal functioneren belemmeren. De maatschappelijke kosten hiervan zijn door de ernst, de grote aantallen patiënten en de lange duur van de aandoeningen zeer groot, zoals ziekteverzuim en hoge zorgkosten. Dat staat in het eindrapport Zinnige Zorg, de screening van de geestelijke gezondheidszorg door het Zorginstituut Nederland (ZINL).

 

Ook gevolgen voor de arbeidsmarkt

Aangezien bijna de helft van de Nederlanders tijdens het leven te maken krijgt met psychische stoornissen, hebben ook veel werkenden en werkzoekenden hiermee te maken. Werk kan bijdragen aan herstel, lees hierover meer in de NIP toolbox werk en psychische klachten. Passend werk biedt regelmaat, zingeving, sociale contacten, sociale status en identiteit en, voor betaald werk, financiële onafhankelijkheid. Helaas is werken door stigma op psychische kwetsbaarheid niet altijd mogelijk. Stigma op werkgebied is verantwoordelijk voor 2,7 miljard euro aan kosten voor ziekteverzuim blijkt uit onderzoek van het Trimbos Instituut.

 

Verbeteringen wel mogelijk bij behandeling psychoses en PTSS

In het screeningsrapport Zinnige Zorg beschrijft ZINL twee uitwerkingen: Bij de behandeling van psychoses verdient de diagnose en behandeling van somatische klachten meer aandacht en kan het voorschrijven van medicatie volgens de richtlijnen beter. Daarnaast blijkt een Post Traumatische Stressstoornis niet altijd goed herkend en behandeld te worden. In de volgende verdiepingsfase zal het Zorginstituut deze problematiek nader uitwerken.

Het NIP is vanaf het begin nauw betrokken geweest bij deze screening door het ZINL, en kan zich goed vinden in de analyse. Allereerst is het goed dat de omvang van de sector, de maatschappelijke impact en de geleverde zorg grondig en objectief in kaart is gebracht. Daar waar de effectiviteit van zorg verbeterd kan worden zal het NIP de eigen rol oppakken door het werken volgens richtlijnen verder uit te dragen. Ook in de volgende fase blijft het NIP daarom ook aangesloten bij het traject Zinnige Zorg van ZINL.