hardloper 680

Hardlopen een goedkoop en toegankelijk medicijn bij burnoutklachten en studiestress

Minder vermoeid, beter slapen en minder cognitieve fouten zijn het gevolg van drie keer per week hardlopen. Die bevindingen concludeert Juriena de Vries, in haar onderzoek naar de effecten van hardlooptherapie bij werknemers met burnoutklachten en bij studenten met studie-stress. De Vries promoveerde deze week aan de Radboud Universiteit.

Bewegen is al langer het advies bij burn-out en stress verschijnselen. Het onderzoek van de Vries onderbouwt dit met cijfers en resultaten. De Vries vergeleek bijna 200 proefpersonen verdeeld over twee groepen: een groep die gedurende zes weken drie keer per week rustig hardliep en een controlegroep die op de wachtlijst bleef staan en na zes weken alsnog ging hardlopen. Daarnaast keek ze naar de relatie tussen lichaamsbeweging en burn-out in een langetermijnstudie onder ruim tweeduizend werknemers.
De Vries vond dat werkenden én studenten die drie keer per week een hardloopsessie deden van een uur (inclusief warming-up en coolingdown) na zes weken minder vermoeid waren. Daarnaast sliepen ze beter, maakten minder cognitieve fouten en hadden ze minder moeite om inspannende cognitieve taken uit te voeren dan een controlegroep. De hardlopers voelden zich na afloop van de interventie ook beter in staat om hun werk te doen dan de controlegroep. Deze gunstige effecten hielden aan: ze werden ook nog gevonden twaalf weken na de interventie.

Hardlopen gaat niet vanzelf

Opvallend was dat sommige werknemers in de hardlooptherapiegroep nooit begonnen met hardlopen. Anderen haakten af tijdens de hardlooptherapie. Daar stond tegenover dat sommige deelnemers uit de controlegroep, tegen de bedoeling in, juist meer gingen bewegen tijdens de wachtperiode. De hardlooptherapie werkte alleen voor werknemers die de hele ‘kuur‘ afmaakten. Het is dus belangrijk dat de hardlooptherapie zo georganiseerd wordt dat deelnemers de hardloopsessies ook echt kunnen bijwonen.

Vicieuze cirkel

In een andere studie vond De Vries dat deelnemers met meer werkgerelateerde vermoeidheidsklachten minder lichaamsbeweging namen. Tegelijkertijd vond ze dat mensen die meer lichaamsbeweging kregen juist minder werkgerelateerde vermoeidheidsklachten ervoeren. Hoewel het dus belangrijk is om regelmatig te bewegen bij vermoeidheid, zorgt dezelfde vermoeidheid ervoor dat het lastig is om dit te doen. Ook wijst dit resultaat op een vicieuze cirkel waarin vermoeidheid zorgt voor minder lichaamsbeweging en deze verminderde lichaamsbeweging weer tot meer vermoeidheid en omgekeerd…

Burn-out aanpakken

Burn-out voorkomen is beter dan genezen. De Vries: ‘Zorg als werkgever voor uitdagend maar niet te stressvol werk en geef werknemers controle over hun werktijden.’ Mochten er klachten ontstaan, dan is hardlopen een goedkoop en toegankelijk medicijn zonder negatieve bijwerkingen. Toch waarschuwt De Vries om niet te hard van stapel te lopen: ‘Bouw het actiever worden langzaam op, zodat vermoeidheid niet toeneemt. Begin met bewegen op een lage intensiteit waarbij de ademhaling en de hartslag versnelt en praten nog mogelijk is. Zorg ook voor een dag rust tussen de hardloopsessies’.

In de eerstelijnsgezondheidszorg is er een richtlijn voor de behandeling van burn-out. Hardlooptherapie past in deze richtlijn. Het kan een van de eerste behandelopties zijn bij mensen met vroege burn-outklachten. Mocht hardlopen niet helpen, dan kan er altijd overgegaan worden naar een intensievere behandelvorm.

Juriena de Vries is Assistant professor Organizational Psychology, Erasmus University Rotterdam

Bron: Radboud Universiteit