Toleranter?

Donderdag 17 mei: de dag waar de regenboogvlag met al haar mooie – of beter nog: diverse – kleuren, zichtbaar was in Amsterdam. Niet overal, maar her en der, als een teken van opkomend bewustzijn dat niet iedereen in ons land zich welkom, begrepen, laat staan geaccepteerd voelt. Het was de Internationale Dag tegen Homofobie en Transfobie (idahot.nl). Dezelfde dag presenteerde het Sociaal Cultureel Planbureau een onderzoek over onze opvattingen met betrekking tot seksuele en genderdiversiteit. De conclusie: we zijn toleranter geworden, maar vinden twee zoenende mannen nog steeds aanstootgevend.

Je kunt zeggen dat ik chargeer, en dat is ook zo, want het ging om ‘slechts’ 29 procent van de respondenten die dat vond. Waarschijnlijk dezelfde groep die ook vindt dat homo’s en lesbo’s niet dezelfde adoptierechten mogen hebben als heterostellen.

Maar wat vind ik als psycholoog?

 

‘Het is beter zo’

Ik zal eerst een voorbeeld geven. Leelah, een Amerikaans meisje, schreef een brief aan een lokale krant ergens in de VS. Het Algemeen Dagblad nam haar ingezonden brief volledig over in 2016. ‘Als je dit leest, betekent het dat ik zelfmoord heb gepleegd en deze brief niet heb verwijderd. Wees niet verdrietig, het is beter zo’, begint haar afscheidsbrief.

Ze was blij toen ze ontdekte dat transgenders bestonden en ze niet de enige was die het gevoel had dat ze in het verkeerde lichaam was geboren. ‘Toen ik erachter kwam dat ik transgender was, vertelde ik het meteen aan mijn moeder. Zij reageerde gigantisch negatief.’ Haar moeder zei: ‘Het was een fase, Leelah zou nooit een meisje worden en God maakte geen fouten.’

 

Tragiek

In haar brief roept het meisje alle ouders op om nooit tegen hun kinderen te zeggen dat transgender zijn ‘slechts’ een fase is. ‘Hierdoor gaan ze zichzelf alleen maar haten. Dat is precies wat het met mij deed.’ Het hart van Leelah brak toen op haar zestiende verjaardag bleek dat haar ouders Leelah geen toestemming gaven om te transformeren naar een vrouwenlichaam. ‘Ik zal er nooit helemaal uitzien als een vrouw, want hier moet je zo vroeg mogelijk mee beginnen. Nu zal ik nooit gelukkig zijn. Of ik leef de rest van mijn leven als een eenzame man die een vrouw wil zijn, of als een nog eenzamere vrouw die zichzelf haat.’ Dit voorbeeld laat de tragiek in volle omvang zien, voor zowel Leelah als haar ouders.

 

Pesten, geweld en psychische klachten

Het voorbeeld van Leelah staat niet op zichzelf. Movisie (2015) schreef een rapport waaruit bleek dat zowel volwassen als adolescente transgenders vaker ziek zijn, waardoor ze meer uitvallen op het werk. Ze voelen zich ongewenst en worden negatief bejegend door anderen. Ze hebben vaker psychische klachten waarbij het zelfmoordpercentage bij adolescenten, zoals Leelah, op ruim twintig procent ligt.

Van iedere vijf jonge transgenders besluit één om een einde aan haar of zijn leven te maken! Een onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau Transgender personen in Nederland (2017) laat grofweg hetzelfde beeld zien.

Uit een Nederlands onderzoek van eind 2016 onder 22.309 leerlingen op het voortgezet onderwijs komt naar voren dat transgenderleerlingen zich minder veilig voelen op school. Vrijwel alle vormen van geweld en pesten kwamen vaker voor bij transgenderleerlingen. Ongeveer één op de vijf van hen werd het slachtoffer van grof lichamelijk geweld, en 43 procent maakte verbaal geweld mee. Ruim één op de vijf transgenderleerlingen wordt minstens maandelijks gepest.

 

Eufemisme

Conclusie: ‘Het gaat beter in Nederland’ is een eufemisme. We leven in een land waarin minderheidsgroepen nog steeds niet dezelfde rechten hebben als de gemiddelde witte Nederlander. Dit geldt niet alleen voor mensen uit onze LHBGT-community, maar ook voor arme mensen, gekleurde mensen, mensen met een verstandelijke, lichamelijk of psychiatrische beperking.

Mooier kan ik het niet maken.

Jeroen Muller
Voorzitter NIP