Hooligans

Om de week gaan Milan, mijn zoon, en ik naar de Arena. Dat doen we al vijf jaar als trouwe supporters van Ajax. Dat gaat volgens een gebruikelijk ritueel, waarbij wij ruim op tijd aanwezig zijn, een hotdog kopen bij dezelfde stand en langzaam naar ons vak lopen. Als we binnenkomen is het meestal nog leeg. We genieten van het langzaam vollopen van het stadion waarin we geleidelijk opgaan in de massa. Hoogtepunt voor de wedstrijd is het uit volle borst meezingen van “bloed, zweet en tranen”. We kijken elkaar dan vaak aan, met een blik van verstandhouding, trots en verbondenheid. Wij zijn Ajacieden in hart en nieren.

 

Beiden zijn wij betrokken en fanatiek als het om voetbal gaat. We schreeuwen uit enthousiasme mee en Milan fluit op zijn vingers als de scheidsrechter een foute beslissing neemt. Ik kijk dan vol bewondering naar hem. Eén omdat ik dat ook graag zou willen kunnen en twee omdat hij het ‘Ajacied zijn’ volledig geïnternaliseerd heeft. “Mijn zoon”, denk ik dan trots.

 

Toch is er hier iets bijzonders aan de hand. Milan is een rustige vijftienjarige jongen die keurig Gymnasium doet en best wel ingetogen sociaal is. En ik een bestuurder die zich onafhankelijk gedraagt en niet per sé meegaat met de massa.

 

Maar in de massa tieren we en fluiten we – binnen de grenzen van normaal – en lijkt ons gedrag overgenomen te worden door een nieuwe norm. De norm van de massa. In het stadion zijn we anoniem en is er een collectief gevoel dat onze individuele identiteit overstijgt.

 

Onlangs speelde Ajax tegen AEK Athene en plaatsten we ‘ons’ voor de knock-out fase van de Champions League. Voorafgaand aan de wedstrijd waren er rellen tussen supporters van Griekse voetbalclubs. Forse rellen, waarbij de groepen zich bewapend hadden met stokken.  Bivakmutsen verhulden hun werkelijke identiteit. Grimmige beelden die de toeschouwer een gevoel van onveiligheid gaven. Binnen het stadion gooide een Griekse hooligan een molotovcocktail naar de Ajax-supporters die hen net mistte en kapot sloeg tegen de glazen afscheidingswand. Vervolgens rukte de ME uit en sloeg met wapenstokken de Ajax supporters naar achteren. Met afschuw keken Milan en ik naar de beelden.

 

“Waarom doen ze dat?”, vroeg Milan mij.

 

“Omdat het hooligans zijn”, antwoordde ik.

 

“Dat is geen verklaring, pap. Ik vroeg wáárom doen ze dat?”

 

“Omdat ze onderdeel zijn van een groep die andere normen en waarden heeft, waarbij vechten met anderen een soort van prestige oplevert. Ze vinden je dan stoer. Die groep is weer onderdeel van de totale massa en creëert een soort van anonimiteit waardoor je als individu niet meer aanspreekbaar bent”. Ik kijk Milan even aan of hij het nog kan volgen.

 

“Oké. Dus de groep is een legale plaats om agressief te zijn?”

 

“Nou, legaal zou ik het niet willen noemen. Maar de groep accepteert of stimuleert gedrag dat we niet normaal vinden buiten de groep”.

 

“Waarom doen ze dat niet buiten? Zet ze op een voetbalveld, hek er omheen. Noem het de Kleine Arena en laat ze dan matten. Echte gladiatoren”. Voor een Gymnasiast lijkt dit een normaal voorstel, besef ik.

 

“Grappig dat je dat zegt, Milan. Een professor in de Klinische Psychologie zei dat ook al eerder”. Ik moest denken aan een artikel van Jan Derksen waarin hij Hooligan gedrag niet wilde afstraffen, maar meer wilde reguleren. Zoiets als legalisering van softdrugs. Precies op de manier zoals Milan voorstelde. Geef ze ruimte voor hun testosteron, laat ze vechten zonder wapens, en accepteer het gedrag omdat we het niet kunnen voorkomen, was zijn devies.

Bovendien leidt het ingrijpen van de politie tot een versterkt wij-zij gevoel waardoor de groepscohesie van de hooligans nog sterker wordt en nog meer agressie oproept.

 

“Ik weet het niet, pap. Maar ik vind het gewoon belachelijk. Zo meteen wordt Ajax gediskwalificeerd en dan balen ze als een stekker”.

 

De wedstrijd begint en binnen een paar minuten zijn we het voorval vergeten. We zitten meteen in de wedstrijd. We springen op als het spannend wordt, schreeuwen en juichen, maar zijn vooral trots op ons team. Dit keer niet in het stadion maar in de veilige omgeving van onze huiskamer.

 

Hooliganisme is groepsgedrag. Extreem grensoverschrijdend. Voer voor justitie, de gemeentelijke driehoek, beleidsmakers en natuurlijk sociaalpsychologen. Het is in ieder geval duidelijk dat Nederland wel wat psychologie kan gebruiken.

 

De oplossingen van Jan Derksen en Milan komen voort uit gedoogbeleid uit handelingsverlegenheid. Er moeten toch andere mogelijkheden zijn om dit te voorkomen?