Goede zorg én gelukkige medewerkers

Beste zorgverzekeraar,

Als ik mijn medewerker vraag om de minuten van haar behandeling bij te houden, wat schieten de cliënten daarmee op? En de medewerkers? Staat het aantal minuten voor een geslaagde behandeling? Hoe weten we of in die tijd de juiste behandeling wordt gegeven? En als dat zo is, hoe weten we dan of de cliënt hier goed op reageert? Krijgen we ook tijd om te onderzoeken waarom iets niet werkt ? Hoe kunnen we beter worden als we alleen maar afgerekend worden op productiedruk?

En weet u eigenlijk hoeveel tijd weglekt omdat we druk zijn met tijdschrijven, het oplossen van validatie-fouten of andere administratieve taken?

Zullen we het gewoon gaan oplossen?

Met vriendelijke groet,

Jeroen Muller

 

De zorgverzekeringswet, die de basis is voor een contract met een zorgverzekeraar, is eigenlijk heel simpel. Een behandelaar moet rechtmatig en doelmatig werken. Dit betekent zoveel als een juiste verwijzing, je moet de juiste kwalificaties hebben. En dat je je aan de laatste stand van de wetenschap houdt, zoals de zorgstandaarden, en liever niet onnodig te lang behandelt.

Om dit te controleren is tijdschrijven uitgevonden. Best bizar. Het enige dat je hiermee kunt zien is hoe lang we behandelen en hoeveel iets kost. Het zegt niets over de kwaliteit van zorg.

Terwijl de behandelaar zich vooral richt op de vraag: hoe help ik mijn cliënt op de beste manier?

Hoe verbinden we de zingeving van de behandelaar aan de opdracht van de zorgverzekeraar om de kosten te beteugelen zonder dat er kwaliteitsverlies optreedt en de behandelaar nog steeds plezier heeft in zijn werk?

Deze vragen zijn door Arkin, waar ik werk,  neergelegd bij Zilveren Kruis, VWS en het NZa. Want dit zijn de partijen die dit systeem in stand houden. Los van elkaar kan er geen oplossing gevonden worden, mét elkaar wellicht wel.

Er zijn twee regelarme pilots in de maak. Doel is te stoppen met tijdschrijven. Maar omdat de NZa en Zilveren Kruis zich moeten houden aan de wet, zijn we bezig een ander verantwoordingsregime te bouwen. Eén die niet gebaseerd is op tijd, maar op kwaliteit van zorg.

Stel bijvoorbeeld dat we kunnen aantonen dat in zeventig procent van alle behandelingen van een bepaalde stoornis effectief is op het gebied van symptoomreductie én dat de cliënt zijn persoonlijke doelen heeft behaald op het gebied van zijn (positieve) gezondheid. En stel dat we hier een vaste DBC-prijs voor krijgen. Dan hoeven we toch geen minuten meer te schrijven? Controle hierop volstaat door het bepalen of wij de zorgstandaarden hebben gebruikt, of wij een peerreview hebben gedaan als de behandeling stagneert en of wij onze behandeling wel tussentijds evalueren (bijvoorbeeld met klinisch relevante ROM-instrumenten) zodat we voorkomen dat we over- of onderbehandelen?  Zo staat het immers in de wet.

Dit is precies waar Zilveren Kruis, NZa, VWS en Arkin het over eens zijn: terug naar de zingeving van een behandelaar. In plaats van tijd schrijven is er tijd voor intervisie  over waarom een behandeling wel of niet aanslaat. Nadenken over praktijk-variatie, variatie in onze cliënten-populatie, maar ook de variatie onder de behandelaars. Hoe kunnen we behandelaars nog beter maken dan ze al zijn? Dat is volgens mij de juiste weg.

Mijn dank gaat uit naar alle betrokkenen in dit project die de moed hebben om ‘anders’ te denken, in het bijzonder mijn directe collega Dick Veluwenkamp die elke dag vol vuur en passie dit als persoonlijke missie aan het uitvoeren is. Ons doel: goede zorg én gelukkige medewerkers!