De eenzaamheid voorbij

Ik groeide op in een arbeidersgezin in een volksbuurt. Net zoals veel arbeiders die klein woonden en geen tuin hadden, bezaten mijn ouders een volkstuin. Mijn vader genoot ontzettend van die plek. Ik zag hem opbloeien als we samen door de tuin heen liepen en hij mij alle wetenswaardigheden vertelde over de verschillende één- en meer-jarigen die hij met veel liefde en aandacht geplant had en verzorgde.

Ik denk dat mijn liefde voor tuinieren zo ontstaan is. In de ervaren intimiteit van mijn vader, onder de indruk van zijn kennis en passie, het gevoel iets te delen dat voor hem zo bijzonder was.

Toen ik adolescent was, vroegen mijn ouders of ik mij wilde inschrijven voor een eigen tuin. Voor mij hoefde het niet meer, ik vond het bourgeois, maar om mijn ouders niet te kwetsen, schreef ik mij toch in. Daarna dacht ik er nooit meer aan.

Vorig jaar, zo’n dertig jaar later, kreeg ik een brief of ik nog geïnteresseerd was. En zo gebeurde het dat ik een volkstuin kocht in het mooie ‘Ons Buiten’ aan het Nieuwe Meer, niet ver van mijn woning.

Sinds die aankoop bestaat een deel van mijn weekenden uit snoeien, composthopen bouwen, mesten en planten.

Én vrijwilligerswerk.

Vaak maai ik het gras van de 75-plussers die het niet meer kunnen opbrengen. Van alle tuinen is die van mevrouw Jansen het fijnst om te doen. Onze ontmoetingen volgen altijd hetzelfde stramien.

‘Dag jongen,’ zegt ze als ik binnenkom. ‘Fijn dat je er weer bent.’

Mevrouw Jansen is een fragiele oude dame die daar altijd keurig in een mooie jurk zit in haar tuinstoel met haar rollator naast haar. Nadat ze mij begroet heeft, richt ze haar blik weer heel snel naar binnen. Ze lijkt dan afwezig, alsof het contact verbroken is, een haast verstild beeld.

‘Dag mevrouw Jansen, alles goed met u?’ Het duurt even voordat ze bevestigend reageert. Het kost haar schijnbaar moeite zich uit haar innerlijke leven los te maken. Het is of ze zich verliest in ongrijpbare gedachten die lijken te vervliegen.

Ik doe haar tuin altijd op het laatst. Dat geeft mij de mogelijkheid om na het maaien nog even een praatje te maken. Op een goede dag vertelde ze mij dat ze haar twee kinderen overleefd had. Haar man was ook al ruim twintig jaar geleden overleden. Ze mist hen nog elke dag. Telkens weer krijg ik hetzelfde gevoel: een eenzame maar lieve vrouw, fragiel en verstild. Op een of andere manier is ze de eenzaamheid voorbij. Ik denk aan mijn drukke leven en waarom ik niet iedere dag even tien minuten de tijd neem om haar te spreken.

Als ik haar spreek voel ik iets van het verborgen verdriet. Een leven zonder anderen.  Kunnen we als maatschappij niet veel meer doen tegen deze eenzaamheid? Zoals mevrouw Jansen zijn er honderdduizenden lieve, kwetsbare, fragiele en eenzame mensen. De eenzaamheid onder ouderen is een groot probleem. Op dit moment zijn in Nederland 1,3 miljoen mensen ouder dan 75 jaar. En dat aantal groeit.

Meer dan helft van de mensen ouder dan 75 jaar zegt zich eenzaam te voelen.

92 procent van de ouderen leeft zelfstandig thuis. Een aantal ouderen wil dit ook, maar voor veel is dit een enkele reis naar de eenzaamheid. Zeker voor wie moeilijker ter been is en er niet meer zelfstandig op uit kan trekken, naar familie, vrienden of de winkel.

Gelukkig heeft mevrouw Jansen haar tuin nog.

Jeroen Muller
Voorzitter NIP