Nederlands Instituut van Psychologen

Uitspraken 2010

Uitspraak 10/20 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat hij ruim een jaar heeft moeten wachten op behandeling, terwijl hij acute en ernstige problemen had. Ook heeft de psycholoog onvoldoende moeite gedaan om hem te bereiken en hem uitgeschreven zonder dat hij dat wist, zo stelt klager. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College oordeelt dat het eerste klachtonderdeel ongegrond is, omdat de psycholoog pas in een later stadium contact met klager heeft gehad en geen zeggenschap had over het voorafgaande traject. De klacht is voor het overige deels gegrond. De artikelen II.1.1.3, III.1.2.1, III.2.1.2 en III.3.2.5 van de Beroepscode zijn door de psycholoog overtreden.
Klacht gegrond: maatregel waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 08-12-10

Uitspraak 10/14A CvT
Klager klaagt over de omstandigheden tijdens het door hem bij de psycholoog doorlopen assessment onderzoek. Ook is het onderzoek onzorgvuldig uitgevoerd, omdat van onjuiste competenties is uitgegaan, en is ten onrechte niet ingegaan op zijn verzoek om het rapport te corrigeren, aldus klager.  De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Van onzorgvuldigheden tijdens het onderzoek is het College niet gebleken. Met betrekking tot de gebruikte competenties heeft het College geen inhoudelijke verschillen kunnen constateren tussen de toegepaste competenties en de competenties waarvan klager was uitgegaan. Het correctierecht heeft alleen betrekking op onjuistheden in de rapportage, niet op de bevindingen en conclusies, zodat de psycholoog terecht heeft geweigerd het rapport aan te passen.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 08-12-10

Uitspraak 10/14B CvT
Klager klaagt over de omstandigheden tijdens het door hem bij de psycholoog doorlopen assessment onderzoek. Ook is het onderzoek onzorgvuldig uitgevoerd, omdat van onjuiste competenties is uitgegaan, en is ten onrechte niet ingegaan op zijn verzoek om het rapport te corrigeren, aldus klager.
De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Van onzorgvuldigheden tijdens het onderzoek is het College niet gebleken. Met betrekking tot de gebruikte competenties heeft het College geen inhoudelijke verschillen kunnen constateren tussen de toegepaste competenties en de competenties waarvan klager was uitgegaan. Het correctierecht heeft alleen betrekking op onjuistheden in de rapportage, niet op de bevindingen en conclusies, zodat de psycholoog terecht heeft geweigerd het rapport aan te passen.
Klacht ongegrond. 
Datum uitspraak CvT: 08-12-10

Uitspraak 10/07 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij zonder zijn toestemming inlichtingen heeft verstrekt aan de Raad voor de Kinderbescherming, zij daarbij te ver gaande uitspraken heeft gedaan en dat zij de inhoud van die inlichtingen eerst met klager af had moeten stemmen. Verweerster heeft de klacht gemotiveerd betwist. Het College is van oordeel dat verweerster haar geheimhoudingsplicht heeft geschonden door aan klager niet vooraf instemming te vragen met betrekking tot de verstrekte informatie. Dat klager eerder aan de Raad in algemene zin toestemming verleende voor het inwinnen van inlichtingen doet hieraan niet af. Voorts dienen dergelijke inlichtingen door de psycholoog bij voorkeur schriftelijk te worden verstrekt.
Klacht gegrond: waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 08-12-10

Uitspraak 09/47 CvT
Klagers verwijten de psycholoog onder andere dat zij in hun eer en goede naam zijn geschaad door de vooraanmelding door de psycholoog bij Bureau Jeugdzorg. Klagers hadden hiermee niet specifiek ingestemd. Verweerster heeft de klacht gedeeltelijk erkend en voor het overige betwist. Het College is van oordeel dat de vertrouwensrelatie die partijen zijn aangegaan met zich brengt dat verweerster specifiek toestemming aan klagers dient te vragen om te rapporteren aan BJZ. Nu is het overgekomen alsof achter de rug van klagers om is gerapporteerd. In de relatie tussen ouders en psycholoog is openheid het uitgangspunt tenzij acuut gevaar voor de psycholoog of derden dreigt.
Klacht gegrond: waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 08-12-10
Hoger beroep ingesteld.
Datum uitspraak CvB: 16-12-11

Uitspraak 10/16 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat hij zonder zijn medeweten en toestemming zijn minderjarige zoon in behandeling heeft genomen en dat hij in een brief aan moeder uitspraken over klager heeft gedaan, welke brief in een rechtbankprocedure is overgelegd. Ook klaagt klager over het onderzoek en de rapportage. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College oordeelt dat de klacht op alle onderdelen gegrond is.
De artikelen I.1.3.1, I. 1.5.1, , II.1.1.3, II.1.1.4, III.1.1.2, III.2.1.4, III.3.2.3, III.4.3.1 en III.4.3.6 van de Beroepscode zijn door de psycholoog overtreden.
Klacht gegrond, maatregel berisping en voorwaardelijke schorsing met als voorwaarden:
- supervisie;
- het volgen van een cursus;
- aanpassing van de tekst op de website van de psycholoog.
Datum uitspraak CvT: 10-11-10
Hoger beroep ingesteld
Uitspraak 2011/01 CvB
De psycholoog is in hoger beroep gekomen omdat hij bezwaar heeft tegen één van de drie aan de voorwaardelijke schorsing verbinden voorwaarden. Hij legt zich neer bij de gegrondverklaring van de klachten, de berisping en twee andere aan de schorsing verbonden voorwaarden. De psycholoog is van oordeel dat hij niet tekortschiet in diagnostische zin en dat de opgelegde supervisie daarom niet nodig is. Het College van Beroep is van oordeel dat, gelet op de reeks van door de psycholoog erkende misslagen in deze zaak, het College van Toezicht terecht en op goede gronden heeft besloten tot het formuleren van de bestreden voorwaarde. Het beroep wordt afgewezen.
Datum uitspraak CvB: 30-09-11

Uitspraak 10/04 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat hij in een rapportage conclusies heeft getrokken die vooral zijn gebaseerd op bevindingen tijdens het rollenspel van een assessment. Voorts vindt klaagster zowel het onderzoek als het rapport op veel punten onvoldoende. Daarbij zou de psycholoog op de dag van het assessment reeds een negatief advies gegeven hebben. Volgens klaagster is ook de opdracht tussen opdrachtgever en cliënt niet helder geweest. De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist. Het College acht alleen het laatste klachtonderdeel gegrond. De psycholoog is tekortgeschoten in zijn informatieverplichting jegens klaagster en heeft de artikelen III.3.2.5 en III.3.2.6 van de Beroepscode overtreden.
Klacht gegrond: geen maatregel, omdat de psycholoog de opdrachtgever heeft gewezen op de door deze betrachte onzorgvuldigheden en er blijk van heeft gegeven in te zien dat de voorlichting aan klaagster eleganter had gekund
Datum uitspraak CvT: 10-11-10

Uitspraak 09/35 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat zij opzettelijk onjuiste rapportages over haar en haar kinderen heeft opgesteld. Voorts heeft zij aan de ex-man van klaagster geadviseerd die rapportages over te leggen bij de politie. Daarmee heeft zij haar status als psycholoog misbruikt en heeft zij aan klaagster en de kinderen schade toegebracht. Verweerster heeft de klacht gemotiveerd betwist. Het College is van oordeel dat verweerster klachtwaardig heeft gehandeld door de rapportages op te stellen. Zij heeft klaagster en haar familie nog nooit gezien en zij heeft zich teveel laten leiden door haar emotionele betrokkenheid bij de familie van de ex-man. Daarmee heeft klaagster onder meer gehandeld in strijd met artikel III.1.1.2, III.4.3.6 en III.2.3.5 van de Code.
Klacht gegrond: waarschuwing
Datum uitspraak CvT: 10-11-10

Uitspraak 10/51 CvT
In deze uitspraak wordt klaagster niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht tegen verweerster omdat zij de klacht opnieuw heeft ingediend nadat zij eerder nagenoeg dezelfde klacht eerder had ingetrokken. Het beginsel van rechtszekerheid brengt mee dat dit niet kan. Dit zou slechts anders zijn indien klaagster bijzondere omstandigheden stelt. Klaagster heeft zodanige omstandigheden niet gesteld.
Klacht niet-ontvankelijk.
Datum uitspraak CvT: 10-11-10
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak 2011/03 CvB
In hoger beroep voert klaagster aan dat haar tweede klacht wel degelijk verschilt van haar eerste, ingetrokken, klacht tegen de psycholoog. Haar eerste klacht was gericht op het verkrijgen van een afschrift van (of gegevens uit) haar dossier. Haar tweede klacht is gericht tegen de inhoud van de behandeling door de psycholoog. Het College van Beroep is het met klaagster eens. Weliswaar is bij de schriftelijke stukkenwisseling van de eerste klachtzaak ook aandacht geweest voor andere aspecten dan het dossier, die klacht zelf richtte zich uitsluitend op het (verkrijgen van) het dossier. Ook is de eerste klacht tijdens de schriftelijke stukkenwisseling niet aangevuld met klachten over de behandeling.
De beslissing van het College van Toezicht wordt vernietigd en de zaak wordt ter behandeling terugverwezen naar het College van Toezicht.
Datum uitspraak CvB: 30-09-11

Uitspraak 09/42 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat hij zonder noodzaak en zonder voorafgaande kennisgeving een brief heeft gestuurd aan diverse actoren in het hulpverleningstraject. Ook heeft de psycholoog volgens klaagster de hulpverlening van een betrokken hulpverlener veroordeeld. De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist. Het College is van oordeel dat de psycholoog niet zorgvuldig heeft gehandeld door zonder toestemming van klaagster de bewuste brief te verzenden en zich respectloos uit te laten over klaagsters hulpverlener. De psycholoog heeft in strijd gehandeld met meerdere artikelen uit de Beroepscode.
Klacht gegrond: waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 06-10-10

Uitspraak 09/06 CvT
Klager, voormalig werkgever van de psycholoog, verwijt de psycholoog dat hij de relatie tussen zijn beroepsuitoefening en zijn strafrechtelijke veroordeling wegens het in bezit hebben van kinderporno – weliswaar in privésfeer – niet inziet. De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist. Het College heeft in opdracht van het College van Beroep onderzocht of verweerder in strijd met de artikelen III.4.3.1 of III.4.3.8 van de Beroepscode heeft gehandeld. Het College acht deze artikelen niet overtreden. Naar het oordeel van het College waren verweerders problemen, hoewel ernstig op het persoonlijke vlak, niet van dien aard dat zijn functioneren daardoor werd geschaad.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 06-10-10

Uitspraak 09/38 CvT
Klagers verwijten de psycholoog bevooroordeeld handelen tijdens het psychologisch onderzoek. Ook zijn klagers het niet eens met de conclusies van het rapport. Voorts stellen klagers dat zij niet zijn geïnformeerd over de mogelijkheid van een second opinion en dat het onderzoek niet met hen is besproken. De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist. Het College is van oordeel dat niet is gebleken dat de psycholoog bevooroordeeld heeft gehandeld. Volgens het College voldoet de rapportage aan de volgens vaste jurisprudentie gehanteerde criteria. De psycholoog heeft aannemelijk gemaakt dat met klagers gesprekken zijn gevoerd en dat zij op de hoogte zijn gebracht van hun recht op een second opinion. 
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 06-10-10

Uitspraak 09/45 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij een brief aan hem heeft geschreven waarin zij uitspraken doet over zijn ex-vriendin. De psycholoog was met beiden bevriend. Klager vindt dat de conclusies die in de brief worden getrokken in strijd zijn met de Beroepscode.
Verweerster heeft aangevoerd dat zij niet heeft gehandeld als psycholoog. De brief is slechts bedoeld als een poging van een vriendin tot verzoening tussen klager en zijn ex. Het College verklaart klager ontvankelijk in zijn klacht op basis van artikel I.1.2.1. van de Beroepscode nu verweerster in de brief heeft opgenomen dat zij deze “als Psycholoog” heeft geschreven. Klager is betrokkene in de zin van de code. De klacht is echter ongegrond nu niet is gebleken dat klager door de uitlatingen van verweerster in zijn waardigheid is aangetast.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 06-10-10

Uitspraak 10/09 CvT
Klager verwijt de psycholoog, forensisch mediator, dat zij te weinig actief heeft gestuurd in de procedure. Hierdoor is de mediation zonder resultaat gebleven en ziet klager zijn kinderen nog steeds niet. Tenslotte heeft verweerster geen inzicht gegeven in de door haar gemaakte kosten. Verweerster heeft de klacht gemotiveerd betwist. Het College is van oordeel dat klaagster meer zelf de regie had moeten houden. Zij had moeten proberen moeder op andere gedachten te brengen. Toen zij merkte dat dat niet lukte had zij de procedure moeten bekorten hetgeen ook tot een besparing van kosten had kunnen leiden.
Klacht gegrond: waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 06-10-10

Uitspraak 10/13 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat zij te vaak en te lang heeft moeten wachten voor consulten waarvoor geen tijd is ingelopen. De psycholoog stuurt nota’s voor gesprekken die geen consulten zijn geweest en declareert op de verkeerde manier. Tenslotte is klaagster niets opgeschoten met de gesprekken. Verweerster heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat verweerster niet professioneel heeft gehandeld door klaagster te laten wachten en door haar voor een gesprek waarin klaagster haar onvrede uitte met de gang van zaken te laten betalen. Dat verweerster verkeerd heeft gedeclareerd is niet vast komen te staan. Dat de gesprekken niet verder zijn gekomen dan de intakefase is evenmin op voorhand verwijtbaar.
Klacht gedeeltelijk gegrond: waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 06-10-10

Uitspraak 10/18 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog miscommunicatie over locatie van de therapieafspraak en de toewijzing van een jonge psycholoog in plaats van een ouder persoon waarom zij had gevraagd. Voorts is de beschikbaarheid van de psycholoog gering. Ook zijn, volgens klaagster ten onrechte, twee consulten in rekening gebracht bij de verzekeringsmaatschappij met gevolgen voor het eigen risico van klaagster. Alle klachtonderdelen hebben betrekking op de wijze van bejegening door de psycholoog. 
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist. Het College oordeelt dat alle klachtonderdelen gegrond zijn. De psycholoog heeft in strijd gehandeld met artikel III.1.1.2 van de Beroepscode. Het College acht de handelwijze niet dermate onzorgvuldig dat een maatregel moet worden opgelegd.
Klacht gegrond: geen maatregel.
Datum uitspraak CvT: 08-09-10

Uitspraak 09/14 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij niet heeft gereageerd op zijn brieven waarin verzocht werd om gespreksaantekeningen van therapiesessies. Voorts heeft de psycholoog een onaanvaardbare betrokkenheid bij de echtscheidingsprocedure betracht. Ook heeft klager twijfels over effectiviteit van de therapie aan zijn ex-echtgenote. De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist. Het College oordeelt dat het eerste klachtonderdeel gegrond is. De psycholoog heeft in strijd  gehandeld met artikel I.1.5.1 jo. III.3.2.9 van de Beroepscode. Klager heeft als wettelijk vertegenwoordiger recht op inzage in en afschrift van het cliëntdossier. Het College oordeelt dat het tweede klachtonderdeel ongegrond is. Op grond van de stukken is niet gebleken van te vergaande betrokkenheid van verweerster bij de echtscheidingsprocedure. Het College verklaart klager voor het derde klachtonderdeel niet-ontvankelijk in zijn klacht omdat klager niet rechtstreeks in zijn belangen is geraakt.
Klacht gedeeltelijk gegrond: waarschuwing.
Datum uitspraak: CvT: 08-09-10 
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak 2010/11 CvB
De psycholoog is het niet eens met het gegrond verklaren van de klachten over het veel te lang wachten met een reactie op klagers verzoeken om afschrift van gespreksaantekeningen. De psycholoog stelt dat klagers eerste verzoek betrekking had op de behandeling van de kinderen en niet op die van klager zelf. Zij mocht deze informatie niet verstrekken zonder toestemming van de moeder en die toestemming ontbrak. Op klagers tweede verzoek, nu betrekking hebbend op gelegaliseerde aantekeningen inzake zijn eigen gesprekken met de psycholoog, heeft de psycholoog gereageerd met de mededeling dat aan legalisatie kosten waren verbonden. De brief van klager met de mededeling dat hij afzag van legalisatie is, naar klager heeft erkend, wegens onjuiste adressering als onbestelbaar aan hem retour gezonden waardoor de psycholoog daarop niet heeft kunnen reageren. Op een derde verzoek om informatie heeft de psycholoog prompt gereageerd met toezending van de gevraagde informatie. Gelet op deze feiten en omstandigheden kan niet worden gezegd dat de psycholoog zodanig verwijtbaar heeft gehandeld dat zij daarmee in strijd is gekomen met de Beroepscode en dat het opleggen van een maatregel is gerechtvaardigd. Het College van Beroep verklaart de gegrond verklaarde klachtonderdelen alsnog ongegrond.
Datum uitspraak: CvB: 15-04-11

Uitspraak 09/18 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij hem geen afschrift van het onderzoeksverslag heeft verstrekt, ondanks zijn verzoek hiertoe. Voorts zegt hij dat hij onder druk zijn handtekening onder het rapport heeft gezet. Volgens de psycholoog vloeit deze klacht voort uit zijn psychische problematiek. De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist. Het College heeft geoordeeld dat de klacht in al zijn onderdelen gegrond is. De psycholoog heeft zich niet gehouden aan het inzagerecht en het recht tot het verkrijgen van een afschrift. Ook is artikel III.3.1.2 van de Beroepscode overtreden, dat handelt over respect ten opzichte van de cliënt.
Klacht gegrond: waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 08-09-10

Uitspraak 09/31 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog onder meer dat zij haar tevoren niet goed heeft voorgelicht over de vraag of haar verzekeraar naast de kosten voor individuele therapie ook de kosten voor groepstherapie vergoedt. Verweerster heeft op dit punt aangevoerd dat zij klaagster heeft gezegd dat zij tot acht individuele gesprekken van haar verzekeraar vergoed kan krijgen. Het College heeft geoordeeld dat verweerster door op deze manier te handelen zich niet heeft gehouden aan artikel III.2.2.5. van de Beroepscode 2007. Klaagster heeft niet voldoende weloverwogen kunnen nadenken over de financiële consequenties van deelname aan groepstherapie.
De klacht is wat dit betreft gegrond: waarschuwing.
De overige klachtonderdelen zijn ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 8-09-10

Uitspraak 09/48 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat hij informatie uit een onderling telefoongesprek zonder toestemming  in een civielrechtelijke rapportage heeft opgenomen en dat het rapport onvoldoende onderbouwd is. De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist. Het College heeft geoordeeld dat de klacht gegrond is. De psycholoog had het verslag van het telefoongesprek moeten terugkoppelen met klager. De psycholoog heeft gehandeld in strijd met artikel III.3.2.22 van de Beroepscode. Voorts heeft de psycholoog uitspraken in de rapportage onvoldoende onderbouwd, zodat ook de artikelen III.4.3.5 en III.4.3.6 van de Beroepscode zijn overtreden.
Klacht gegrond: waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 08-09-10

Uitspraak 09/43 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat zij weigerachtig is haar dossier te verstrekken. Zij heeft dat nodig in verband met een gerechtelijke procedure. De psycholoog heeft aangevoerd dat zij niet wist dat klaagster recht had op haar dossier maar dat zij toen zij daar eenmaal achter was gekomen tot drie keer toe het dossier aan klaagster heeft verzonden. Het College heeft gewezen op artikel III.3.2.9 van de Beroepscode hetgeen een recht op een afschrift van het dossier inhoudt. Verweerster heft niet aan dit voorschrift voldaan maar heeft deze omissie op juiste wijze hersteld.
Klacht gegrond: geen maatregel.
Datum uitspraak CvT: 08-09-10

Uitspraak 10/01 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij als praktijkhoudster een gesprek over zijn zoon niet goed heeft voorbereid waardoor hij verkeerd is voorgelicht hetgeen een grote verwijdering tussen hem en zijn zoon had kunnen opleveren. Verweerster heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College is van oordeel dat verweerster als praktijkhoudster als psycholoog heeft gehandeld. Verweerster is dus onderworpen aan de Beroepscode 2007. Hieruit volgt dat verweerster niet verantwoordelijk is voor het door haar collega-orthopedagoog verrichte werk (artikel III.1.5.3). Het College merkt ten overvloede nog op dat nu de zoon ouder was dan 16 jaar het niet veeleer de zoon was die het gesprek met verweerster had dienen te voeren.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 08-09-10

Uitspraak 09/39 CvT
Klager verwijt de psycholoog die diensten heeft verricht als organisatieadviseur dat sprake is geweest van rolvermenging alsmede dat zij haar beroepsgeheim heeft geschonden door over zijn persoonlijke omstandigheden te spreken. Verweerster heeft de klacht gemotiveerd betwist. Het College heeft schending van het beroepsgeheim niet aannemelijk geacht bij gebrek aan feitelijke grondslag van de klacht. Het eerste klachtonderdeel is daarentegen wel gegrond. Verweerster heeft de coachingsopdracht gekregen van een voormalig cliënt. Hierdoor mistte haar handelen transparantie. Voorts heeft verweerster zich verschillende rollen aangemeten door klager ook nog individueel te willen begeleiden. Daarnaast had zij de opdracht schriftelijk vast dienen te leggen gelet op de complexiteit daarvan en was verweerster onvoldoende deskundig op het terrein van het geven van organisatieadviezen.
Klacht gegrond: waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 08-09-10

Uitspraak 09/32 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat hij in een verklaring mededelingen over klager heeft gedaan zonder diens toestemming. Door deze verklaring zijn belangen van klager en zijn zoon geschaad. Voorts heeft de psycholoog volgens klager tijdens een telefonisch overleg met de advocaat van de moeder van zijn zoon mededelingen over klagers persoonlijkheid gedaan. De psycholoog heeft de klacht deels erkend en voor het overige gemotiveerd verweer gevoerd. Het College heeft de klacht gegrond verklaard. Het College oordeelt dat de psycholoog zich niet heeft gehouden aan de geheimhoudingsverplichting volgens artikel III.3.3.1 en artikel III.3.2.14 van de Beroepscode.
Klacht gegrond: waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 16-06-10

Uitspraak 09/33 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat hij ten onrechte een melding heeft gedaan bij het AMK, zijn beroepsgeheim heeft geschonden, hem inzage in de verslaglegging heeft onthouden en te weinig contact met hem heeft onderhouden. De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist. Het College is van oordeel dat er voldoende aanwijzingen waren voor een redelijk vermoeden van kindermishandeling. De psycholoog heeft niet zijn beroepsgeheim geschonden en evenmin was sprake van geen inzage dan wel te weinig contact.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 16-06-10

Uitspraak 09/34 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij een meldingsformulier naar het AMK heeft gezonden zonder dat hij de gelegenheid heeft gehad om het formulier in te zien.
De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College oordeelt dat de psycholoog in dit geval op grond van de Wet op de Jeugdzorg zonder toestemming van betrokkenen een melding van kindermishandeling kon doen. De psycholoog mocht overeenkomstig artikel I.1.4.4 van de Beroepscode gezien de omstandigheden afwijken van de eisen van inzage en toestemming.
Klacht ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 16-06-10

Uitspraak 09/44 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat zij niet gekend is in de onderzoekopdracht en dat deze ten onrechte door de psycholoog is aanvaard. Voorts dat er onvoldoende objectiviteit bestond, er sprake is van een onjuiste verslaglegging, schending van dossierplicht en schending van inzage-, correctie- en blokkeringsrecht en er niet voldaan is aan de onderzoeksopdracht. De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College oordeelt dat alle klachtonderdelen gegrond zijn. De psycholoog heeft in strijd gehandeld met meerdere artikelen uit de Beroepscode 2007. Klacht gegrond: berisping.
Datum uitspraak CvT: 16-06-10

Uitspraak 09/28 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat zij in het kader van een echtscheidingsprocedure een rapport heeft opgesteld dat niet voldoet aan de daartoe gestelde eisen. Voorts heeft de psycholoog niet gereageerd op brieven van klaagster en heeft ze wel een email doen uitgaan naar anderen met het e-mailadres van klaagster. Tevens heeft de rapportage lang op zich laten wachten en zijn niet van alle bijeenkomsten verslagen gemaakt. De psycholoog is niet verschenen op de zitting doch heeft zich laten vertegenwoordigen.
Het College oordeelt dat dat de psycholoog in strijd heeft gehandeld met artikel III.4.3.5 en 4.3.6. van de Beroepscode 2007, omdat het rapport onvoldoende is onderbouwd en met artikel III.2.1.4, omdat het rapport uitsluitend negatieve uitspraken over klaagster en uitsluitend positieve uitspraken over haar ex-echtgenoot bevat. Voorts oordeelt het College dat voortvarendheid bij het onderzoek en rapportage was geboden en dat van slechts drie bijeenkomsten een verslag is gemaakt. Daarmee heeft de psycholoog in strijd gehandeld met de artikelen III.1.1.3 en III.1.2.2 van de Beroepscode 2007.
Klacht gegrond: berisping en voorwaardelijke schorsing. Overige klachtonderdelen ongegrond.
Datum uitspraak CvT: 19-05-10

Uitspraak 09/46 CvT
Klager, zelf psycholoog, verwijt de psycholoog dat zij in een second opinion zijn cliënt tegen hem heeft opgezet. Voorts voldoet de contra-expertise niet aan de eisen van wetenschappelijke methodiek. De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het College oordeelt na toetsing van de rapportage aan de criteria van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, waaraan rapporten ook door de tuchtcolleges van het NIP worden getoetst, dat beide klachten ongegrond zijn.
Datum uitspraak  CvT: 19-05-10

Uitspraak 09/25 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat hij er te lang over heeft gedaan een onderzoeksrapport over zijn zoon uit te brengen. Voorts is onzorgvuldig onderzoek gedaan. De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist. Het College heeft geoordeeld dat de klacht in al zijn onderdelen gegrond is. Laat rapporteren kan ertoe leiden dat een rapport van mindere kwaliteit wordt afgeleverd. Het rapport voldoet ook overigens niet aan de daaraan volgens vaste jurisprudentie te stellen eisen.
Klacht gegrond: waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 19-05-10

Uitspraak 09/37 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat hij een verklaring over hem heeft opgesteld terwijl hij hem nog nooit heeft gezien. Daarnaast is de verklaring in strijd met de waarheid. De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist. Het College heeft geoordeeld dat de klacht gegrond is. Verweerder heeft als psycholoog een oordeel gegeven. Hij heeft gehandeld in strijd met artikel III.3.3.16 van de Beroepscode. De goede bedoelingen van de psycholoog vormen geen rechtvaardigingsgrond.
Klacht gegrond: waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 19-05-10

Uitspraak 10/08 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat de gespreksessie tussen hem, zijn vader en de psycholoog zeer onprofessioneel is verlopen. De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist. Het College oordeelt dat de psycholoog, die wegens oververmoeidheid kennelijk niet in staat was om de sessie op kwalitatief aanvaardbare wijze te volbrengen, een andere afspraak had moeten maken. Ook acht het College het niet zorgvuldig dat de psycholoog tijdens de sessie met klager en zijn vader de telefoon heeft opgenomen. De wijze van praktijkvoeren van de psycholoog, in de huiskamer, met de telefoon aan, voldoet niet aan de eisen die daaraan heden ten dage worden gesteld. De psycholoog heeft gehandeld in strijd met artikel III.1.1.1. 1.1.2, 1.1.3 en III.4.3.9 van de Beroepscode 2007.
Klacht gegrond: waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 19-05-10 

Uitspraak 10/05 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat hij hem zomaar een bedrag van €53,55 in rekening heeft gebracht voor een verklaring. Klager vindt het bedrag bovendien te hoog.De psycholoog heeft de klacht deels erkend en heeft voorts gemotiveerd verweer gevoerd. Het College heeft geoordeeld dat de klacht weliswaar gegrond is wat betreft de facturering maar dat de psycholoog wat dit betreft voldoende zelfreflectie op zijn beroepsmatig handelen heeft betoond. Het in rekening gebrachte bedrag is naar het oordeel van het College niet buitensporig hoog voor de verleende diensten.
Klacht gedeeltelijk gegrond: geen maatregel.
Datum uitspraak CvT: 14-04-10 

Uitspraak 09/29 CvT

Klager verwijt de psycholoog dat hij zijn dochter ten onrechte heeft aangemeld bij het AMK. Daarnaast heeft de psycholoog klager niet teruggebeld toen hij daarom vroeg.

De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College heeft geoordeeld dat sprake was van voldoende aanwijzingen voor een redelijk vermoeden van kindermishandeling. Evenmin heeft de psycholoog onjuist gehandeld door klager schriftelijk uit te nodigen voor een gesprek in plaats van hem direct terug te bellen.
Klacht afgewezen.

Datum uitspraak CvT: 14-04-10


Uitspraak 09/20A CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat aan klaagster op grond van valse beloftes begeleiding, een opleiding en een baan als therapeut werd voorgespiegeld. Klaagster heeft schulden voor het volgen van het traject gemaakt en heeft tijdens de begeleiding onverantwoorde dingen moeten doen. Voorts heeft klaagster tevergeefs haar dossier opgevraagd. De psycholoog is wegens ziekte niet verschenen op de zitting. Deze zaak is gevoegd behandeld met zaak 09/20B. Het College heeft de klacht gegrond verklaard. Het College oordeelt dat de psycholoog uiterst onprofessioneel en onzorgvuldig en in strijd met de Beroepscode 1998 heeft gehandeld.
Klacht gegrond: ontzetting uit het lidmaatschap van de vereniging met publicatie van de beslissing en de naam van de psycholoog op het besloten deel van de website van de vereniging. Het College geeft het Algemeen Bestuur van de vereniging dringend in overweging om deze uitspraak ter kennis te stellen van de Inspectie voor de Gezondheidszorg.
Datum uitspraak CvT: 14-04-10
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak 2010/10A CvB
In hoger beroep geeft de psycholoog, naast het benadrukken dat er geen sprake is geweest van een behandelrelatie maar van een opleiding met coaching, een geheel andere lezing van de feiten dan bij het College van Toezicht. Klaagster zou de psycholoog hebben uitgelokt om, meermalen, valsheid in geschrifte te plegen zowel ten aanzien van een diagnostische verklaring als ten aanzien van gefingeerde rekeningen voor een behandeling. Het College van Beroep is het eens met het College van Toezicht dat wel degelijk sprake is geweest van behandeling en dat deze behandeling onzorgvuldig en niet volgens de gangbare regels is verlopen. De stelling van de psycholoog dat zij zou zijn uitgelokt tot het plegen van valsheid in geschrifte heeft de psycholoog niet aannemelijk gemaakt. Daarbij merkt het College van Beroep nog op dat, mocht deze versie wel een juiste weergave van de feiten zijn, dit de verwijtbaarheid van het handelen van de psycholoog slechts zou hebben vergroot, nu de psycholoog erkent op die uitlokking te zijn ingegaan. Het College van Beroep acht de opgelegde maatregel passend, zeker nu na een eerdere, vergelijkbare klacht de toen opgelegde maatregel kennelijk geen corrigerende invloed heeft gehad.
Datum uitspraak CvB: 04-03-11

Uitspraak 09/20B CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat aan klaagster op grond van valse beloftes begeleiding, een opleiding en een baan als therapeut werd voorgespiegeld. Klaagster heeft schulden voor het volgen van het traject gemaakt en heeft tijdens de begeleiding onverantwoorde dingen moeten doen. Voorts heeft klaagster tevergeefs haar dossier opgevraagd. De psycholoog is niet verschenen op de zitting. De zaak is gevoegd behandeld met zaak 09/20A. Het College heeft de klacht gegrond verklaard. Het College oordeelt dat de psycholoog uiterst onprofessioneel en onzorgvuldig en in strijd met de Beroepscode 1998 heeft gehandeld. Klacht gegrond: zonder oplegging van een maatregel, omdat het College heeft geconstateerd dat de psycholoog reeds in maart 2005 uit het lidmaatschap van de vereniging is ontzet. Het College geeft het Algemeen Bestuur van de vereniging dringend in overweging om deze uitspraak ter kennis te stellen van de Inspectie voor de Gezondheidszorg.
Datum uitspraak CvT: 14-04-10
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak 2010/10B CvB
Het hoger beroep is identiek aan het hoger beroep van de collega-psycholoog in de zaak CvB 2010/10a. Ook de overwegingen van het College van Beroep zoals in die zaak weergegeven, zijn eensluidend behoudens met betrekking tot de maatregel.
In deze zaak kan geen maatregel worden opgelegd omdat de psycholoog in een eerdere zaak al is ontzet uit het lidmaatschap.
Datum uitspraak CvB: 04-03-11

Uitspraak 08/50 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat hij op basis van één interview een rapportage heeft opgesteld waarin hij klager beoordeelt zonder benoeming van feiten en testresultaten. Voorts heeft klager ondanks herhaaldelijk verzoek geen informatie gekregen over de testgegevens.  De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist. Het College verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn klacht omdat het optreden van verweerder heeft plaatsgevonden voordat zijn NIP-lidmaatschap is ingegaan. Het College waardeert dat de psycholoog zich desondanks toetsbaar heeft opgesteld. Het College oordeelt dat, indien de klacht ontvankelijk zou zijn, het eerste klachtonderdeel gegrond zou zijn verklaard, wegens overtreding van artikel III.4.3.6 van de Beroepscode 2007, omdat uit het rapport niet kan worden afgeleid hoe verweerder tot zijn bevindingen en conclusies is gekomen. De rapportage dient volgens de criteria van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, waaraan rapporten ook door de tuchtcolleges van het NIP worden getoetst, helder en transparant te zijn. Het tweede klachtonderdeel is ongegrond, omdat noch de Beroepscode, noch de door het NIP aanbevolen handelwijze vergen dat het testmateriaal aan onderzochte personen wordt verstrekt. Die aanbevolen handelwijze houdt in dat aan de cliënt een begeleide inzage wordt geboden in zowel de testvragen als de door de cliënt gegeven antwoorden.
Datum uitspraak CvT: 14-04-10

Uitspraak 08/30 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat hij in zijn rapport, opgesteld ten behoeve van een ontslagprocedure tussen klaagster en een werknemer, onjuiste stellingen over klaagster verkondigt en hiermee haar belangen schaadt. De psycholoog doet een beroep op niet-ontvankelijkheid vanwege het feit dat klaagster een rechtspersoon is. Hij heeft voorts de klacht gemotiveerd betwist. Het College oordeelt dat klaagster ontvankelijk is. De psycholoog heeft door zijn wijze van rapporteren gehandeld in strijd met artikel I.1.4.2, III.2.1.4, III.3.3.16 en III.4.3.6. van de Beroepscode 2007.
Klacht gegrond: waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 17-03-10
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak 2010/08 CvB
Beide partijen tekenen hoger beroep aan. Klaagster wenst een zwaardere maatregel en de psycholoog beroept zich nogmaals op niet-ontvankelijkheid, subsidiair verzoekt hij om gegrondverklaring zonder strafoplegging. Het College van Beroep oordeelt allereerst dat het begrip “persoon” in artikel I.1.2.2 van de Beroepscode ook rechtspersonen kan omvatten. Evenmin kan worden gezegd dat het begrip “betrokkene” in de Beroepscode iemand die alleen een financieel belang heeft, uitsluit. Het College van Toezicht heeft de klacht dus terecht ontvankelijk verklaard. Volgens klaagster heeft de psycholoog met opzet en moedwillig een onjuiste rapportage opgesteld. Het College van Beroep vindt daarvoor echter geen aanknopingspunten in de stukken of in het hetgeen op de zitting aan de orde is gekomen. Wel staat vast dat de psycholoog, zij het uit betrokkenheid bij zijn cliënt, de rollen van behandelaar en beoordelaar heeft vermengd zonder zich bewust te zijn van het gevaar van deze rolvermenging en dat hij ten onrechte in zijn rapportage zonder reserve negatieve oordelen over een derde heeft opgenomen. Het College van Beroep acht een waarschuwing een passende maatregel. Beide beroepen worden verworpen.
Datum uitspraak CvB: 15-04-11

Uitspraak 09/27 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij een verklaring over hem heeft afgegeven die onjuist is en waarvan zij wist dat die in de echtscheidingsprocedure gebruikt zou worden. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College oordeelt dat de psycholoog heeft gehandeld in strijd met artikel III.3.3.16 van de Beroepscode 2007. Dat sprake was van ontreddering bij haar cliënte levert de psycholoog geen rechtvaardigingsgrond op. Zij moet in staat zijn professionele distantie te bewaren. Daarom ook strijd met artikel III.2.3.5 van de code. Klacht gegrond: waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 17-03-10

Uitspraak 09/23 CvT
Klager, eveneens psycholoog, verwijt de psycholoog ondermeer dat zij in correspondentie met hem ten onrechte haar titel psycholoog NIP heeft vermeld waardoor sprake is geweest van rolvermenging en hem respectloos heeft behandeld. Verweerster heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het College heeft geoordeeld dat de psycholoog beroepsmatig heeft gehandeld en haar titel oneigenlijk heeft gebruikt waardoor rolvermenging is opgetreden. De psycholoog geeft zich geen rekenschap van het verschil tussen professioneel en privé handelen.
Klacht gegrond: waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 17-03-10
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak 2010/06 CvB
Verweerster komt in hoger beroep. Zij heeft een aantal bezwaren tegen de uitspraak van het College van Toezicht. Het College van Beroep onderzoekt allereerst de grief dat er geen sprake is geweest van beroepsmatig handelen en komt tot de conclusie dat daarvan inderdaad geen sprake was. In dit geval ging het om een zakelijke kwestie waarin louter niet-psychologische zaken aan de orde waren. Van rolvermenging is dan ook geen sprake geweest. Nu er geen sprake was van beroepsmatig handelen kan toetsing aan de Beroepscode achterwege blijven.
Het hoger beroep slaagt en de uitspraak van het College van Toezicht wordt vernietigd.
Datum uitspraak CvB: 26-10-10

Uitspraak 09/24 CvT
Klagers verwijten de psycholoog dat zij in de gesprekken met hun kinderen suggestieve vragen heeft gesteld en dat deze gesprekken zijn gevoerd zonder video- en audio opnamen, zoals te doen gebruikelijk in een zedenzaak. Tevens vinden klagers het onderzoek te kort en de rapportage onduidelijk op het punt van eindverantwoordelijkheid. Ten slotte is klaagster niet bij het onderzoek betrokken geweest, maar doet de psycholoog wel uitspraken over haar. De psycholoog heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Van een zedenzaak met de daarvoor geldende regels is naar het oordeel van het College in dit geval geen sprake. Het College is voorts van oordeel dat de psycholoog de uitspraken in de rapportage over klaagster niet had mogen doen zonder onderzoek van klaagster. Zij heeft hiermee gehandeld in strijd met artikel III.3.3.16 van de Beroepscode 2007. Het College acht verweerster medeverantwoordelijk voor het advies van het team waarvan zij deel uitmaakte. Dit advies was strijdig met artikel III.4.3.6 van de Beroepscode.
De klacht is gedeeltelijk gegrond: waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 17-03-10
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak 2010/09 CvB
In beroep erkent de psycholoog haar medeverantwoordelijkheid voor het uitgebrachte advies, maar is zij van mening dat zij zich heeft beperkt tot haar bekende gegevens en op basis daarvan het minst schadelijke alternatief voor de kinderen heeft gezocht. Het College van Beroep oordeelt echter dat de psycholoog, gelet op de haar bekende feiten en omstandigheden, onvoldoende gronden had om een zo vergaand advies te onderschrijven en ook toen zij over meer informatie beschikte, dit advies ter zitting van de rechtbank onverkort te handhaven. Bovendien heeft de psycholoog bezwaar tegen het oordeel van het College van Toezicht dat zij zonder eigen onderzoek uitspraken over de klaagster heeft gedaan. Zij stelt dat klaagster geen derde is, nu door de Raad voor de Kinderbescherming naast de kinderen ook de ouders als cliënt worden aangemerkt. Het College van Beroep verwerpt deze stelling. Dat andere organisaties een breder cliëntbegrip hanteren dan de Beroepscode moge zo zijn, maar dat leidt er niet toe dat het begrip cliënt in de Beroepscode in dat geval een andere invulling krijgt. Er is geen professionele relatie van de psycholoog met klaagster geweest. Daarmee dient klaagster dan ook als derde te worden aangemerkt. Het beroep wordt afgewezen.
Datum uitspraak CvB: 17-06-11

Uitspraak 09/09 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat hij hem geen kopie van zijn dossier heeft verstrekt. Voorts heeft de psycholoog hem onmenselijk behandeld in de gesprekken over de begrafenis van zijn vader. De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist. Het College oordeelt dat het eerste klachtenonderdeel gegrond is en dat de psycholoog zelf het dossierverzoek af had moeten handelen in plaats van dit over te laten aan zijn franchise-organisatie. Het tweede klachtonderdeel is gegrond. Wel strijd met artikel III.2.3.2. aangenomen.
Klacht gegrond: waarschuwing. 
Datum uitspraak CvT: 10-02-10

Uitspraak 09/17 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat hij haar in 1996/1997 seksueel heeft misbruikt. De psycholoog is hiervoor strafrechtelijk veroordeeld maar hij ziet volgens klaagster niet in dat hij verkeerd heeft gehandeld. De psycholoog doet een beroep op niet-ontvankelijkheid vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Hij heeft voorts de klacht gemotiveerd betwist. Het College oordeelt dat klaagster ontvankelijk is. De psycholoog heeft gehandeld in strijd met artikel 5.1.-2 van de Beroepscode 1988. Hij is onvoldoende tot het inzicht gekomen dat hij verkeerd heeft gehandeld.
Klacht gegrond: schorsing in het lidmaatschap der vereniging voor een jaar onder de voorwaarde leertherapie te ondergaan.
Datum uitspraak CvT: 10-02-10 


Uitspraak 09/22 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat hij klaagster niet heeft geïnformeerd over de onderzoeksopdracht. Volgens klaagster was sprake van een ‘gekleurde’ opdracht, waarbij de psycholoog de wensen van de opdrachtgever om een dossier over klaagster op te bouwen heeft gevolgd. Volgens klaagster heeft de psycholoog een vertekend beeld van de situatie geschetst. Tevens is er geen gelegenheid geboden tot inzage in het rapport en is de wijze van uitvoering van het onderzoek onzorgvuldig geweest. De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist. Het College heeft alle klachtonderdelen gegrond verklaard. De psycholoog heeft gehandeld in strijd met meerdere artikelen van de Beroepscode 2007.
Klacht gegrond: berisping. 
Datum uitspraak CvT: 10-02-10 
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak 2010/07 CvB
De psycholoog komt in hoger beroep tegen het gegrond verklaren van vier van de zes gegrond verklaarde klachtonderdelen. Het College van Beroep is echter van oordeel dat het onderzoek in hoger beroep niet tot andere conclusies heeft geleid dan die waartoe het College van Toezicht is gekomen. Alle klachtonderdelen zijn gegrond en de opgelegde maatregel is passend, zodat het beroep wordt afgewezen.
Datum uitspraak CvB: 15-04-11

Uitspraak 09/26 CvT
Klaagster verwijt de psycholoog dat zij haar beroepsgeheim heeft geschonden door buiten haar medeweten persoonlijke informatie over haar op te nemen in een brief met vele onwaarheden aan haar ex-partner. Voorts is de psycholoog niet op een afspraak verschenen en is er nadien geen contact meer geweest. De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist. Het College heeft beide klachtonderdelen gegrond verklaard. De psycholoog heeft gehandeld in strijd met artikel III.3.3.1, III.3.2.14, III.4.3.6 en III.1.1.2 van de Beroepscode 2007.
Klacht gegrond: waarschuwing.
Datum uitspraak CvT: 10-02-10

Uitspraak 09/13 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat zij hem niet goed heeft voorgelicht over de kosten die gemoeid zouden zijn met bijeenkomsten verliesbegeleiding. Daarnaast heeft de psycholoog haar beroepsgeheim geschonden door een vertrouwelijke brief van klager door te sturen aan zijn echtgenote. De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.
Het college is van oordeel dat de psycholoog heeft gehandeld in strijd met artikel III.2.2.5 van de Beroepscode 2007. Voorts heeft de psycholoog in strijd gehandeld met artikel III.3.3.1. van de code. Deze schendingen zijn volgens het College echter niet zodanig ernstig dat een maatregel moet worden opgelegd.
Klacht gegrond: geen maatregel.
Datum uitspraak CvT: 13-01-10
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak 2010/05 CvB
De klager vindt dat het College van Toezicht ten onrechte heeft besloten om de psycholoog geen maatregel op te leggen. De psycholoog is van mening dat zij noch de geheimhoudingsplicht, noch de informatieplicht heeft geschonden. Het College van Beroep is het met de psycholoog eens. Dat de door de zorgverzekeraar aan de psycholoog verstrekte informatie onjuist was had zij niet behoeven te begrijpen en kan haar dus ook niet worden verweten. De betrokken brief is door de psycholoog ingebracht als bijlage bij haar repliek in eerste aanleg. In de begrijpelijke overtuiging dat beide echtgenoten als procespartij optraden heeft zij een kopie van haar repliek aan klagers echtgenote gezonden. Daarmee heeft zij de grenzen van een adequaat en proportioneel verweer niet overschreden en was er geen sprake van schending van haar geheimhoudingsplicht.
Het hoger beroep slaagt en de uitspraak van het College van Toezicht wordt vernietigd.
Datum uitspraak CvB: 04-03-11

Uitspraak 09/21 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat hij een verklaring heeft opgesteld die niet is gebaseerd op zijn eigen waarnemingen en berust op leugens van de ex-partner van klager. Voorts heeft de psycholoog klager ten onrechte consulten in rekening gebracht. De psycholoog heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd en is niet verschenen ter zitting. Het College heeft de beide klachtonderdelen gegrond verklaard. Het College oordeelt dat de psycholoog zich voorts heeft onttrokken aan de behandeling van de klacht en heeft geweigerd verantwoording aan het College af te leggen.
Klacht gegrond: ontzetting uit het lidmaatschap van de vereniging.
Datum uitspraak CvT: 13-01-10
Hoger beroep ingesteld.
Uitspraak 2010/04 CvB
De psycholoog gaat in hoger beroep omdat hij de klachten ongegrond vindt. De klager stelt daarop dat de psycholoog zich kennelijk op geen enkele manier bewust is van de schadelijke gevolgen van zijn handelen en daarvoor geen enkele rechtvaardiging aanvoert. Het College van Beroep is het in alle opzichten eens met de beslissing van het College van Toezicht. Gelet op de ernst van de overtredingen, het feit dat de psycholoog kort daarvoor reeds een sanctie was opgelegd ter zake van het opstellen van een soortgelijke verklaring, zijn opstelling in deze procedure in eerste aanleg en het feit dat hij ook in hoger beroep geen blijk heeft gegeven het onjuiste van zijn handelen in te zien acht het College van Beroep de opgelegde sanctie eveneens passend.
Het beroep wordt afgewezen.
Datum uitspraak CvB: 24-09-10

Uitspraak 09/16 CvT
Klager verwijt de psycholoog dat hij hem geen gelegenheid heeft geboden tot inzage in de rapportage van het assessment. Daarnaast is er geen rekening gehouden met fysieke problemen, waarvan klager melding heeft gemaakt. Ook stelt klager dat de tests overgedaan moeten worden. Voorts is klager nooit teruggebeld door de directeur. De psycholoog heeft de klacht gemotiveerd betwist.

Het College oordeelt dat het eerste klachtonderdeel gegrond is en dat de psycholoog heeft gehandeld in strijd met de artikelen III.3.2.16, III.3.2.18 en III.3.2.19 van de Beroepscode 2007. De psycholoog heeft zich niet gehouden aan het inzage-, correctie- en blokkeringsrecht. Klacht gegrond: waarschuwing. De andere klachtonderdelen zijn niet gegrond.

Datum uitspraak CvT: 13-01-10

 

RSS

Nieuws

EuroPsyche verliest kort geding van CZ16-05-12, EuroPsyche heeft het kort geding tegen CZ woensdag verloren. Dit houdt in dat de zorgverzekeraar 152 ingediende nota's voor tweedelijns psychische zorg met een waarde van 700.000 euro niet aan de instelling hoeft te betalen.
Erelid sectie Mediation Dr. Theo Jonkergouw overleden14-05-12, Vandaag bereikte ons het trieste bericht dat Theo Jonkergouw op woensdag 9 mei is overleden. Hij was al geruime tijd ziek.

Agenda

Interdisciplinaire ontmoeting en intervisie

NIP, Utrecht, 22-05-12NIP, sectie Mediation

Motiverende gespreksvoering

Utrecht, 25-05-12Sectie Training en Opleiding

Intervisiebijeenkomsten Arbeid & Organisatie

NIP, Utrecht, 31-05-12Sectie Mediation NIP